KoxCult - Artikelen 
Contact
Logo KoxCult

Meer draagvlak voor cultuurinstellingen
3 mei 2011

In Nederland kennen we een traditie van ondersteuning van kunst en cultuur door de samenleving als geheel in de vorm van subsidies, gecombineerd met particuliere financiële ondersteuning. Dat betekent dat de omvang van het draagvlak bij de bevolking (via de volksvertegenwoordiging) bepalend is voor de financiële ondersteuning voor deze (en andere) “gemeenschapsgoederen”. Eigenlijk verschilt dit niet zo heel veel van de Amerikaanse situatie waarbij draagvlak van de gemeenschap en bedrijven leidt tot een directe financiële ondersteuning van kunstenaars en instellingen. Hier is alleen geen sprake van tussenkomst van de volksvertegenwoordigers en de overheid.

Wanneer het economisch minder gaat wordt al snel bezuinigd op zaken die de gemeenschap als “luxe goederen” beschouwt. Kunst en cultuur worden dan vaak gezien als “luxe”, inclusief de bijbehorende cultuurinstellingen. Dat geldt in een land als Nederland, waar overheden in zo'n geval bepalen dat er minder geld beschikbaar komt. Maar dat geldt ook voor landen als Amerika, waar particulieren en bedrijven minder geld geven en culturele instellingen failliet gaan of drastisch in moeten krimpen.

Of iets als “luxe” beschouwd wordt heeft vooral te maken met het maatschappelijk draagvlak voor dat onderwerp. De (bereidheid tot) financiële ondersteuning van kunst en cultuur is daarom afhankelijk van de omvang van het draagvlak voor kunst en cultuur. Een verschuiving van de (financiële) verantwoordelijkheid van de overheid naar particulieren zal daar geen verandering in brengen. Weliswaar gaan andere manieren van financiering en sturing optreden, maar de bereidheid tot een financiële bijdrage aan kunst en cultuur blijft afhankelijk van het draagvlak. Daardoor zal geen verandering plaatsvinden in de mate waarin kunst en cultuur ondersteund worden bij economische veranderingen in de maatschappij. Het is het draagvlak in de samenleving dat de meest cruciale factor is.

Hoe kan dit draagvlak dan vergroot worden zodat cultuur en cultuurinstellingen meer ondersteund worden of blijven?

Het vergroten van draagvlak vereist een lange adem, en is niet in één of twee jaar te realiseren. Dit vraagt om een gestaag “onderhoud” en contact met de bevolking en bedrijven, met de beslissers (volksvertegenwoordigers, bestuurders) en (eind)verantwoordelijken. Met name een lokale “worteling” is belangrijk. Afhankelijk van de omvang en doelstelling van de instelling is dit de wijk, de stad, de gemeente, de regio, het landsdeel, of zelfs het hele land. De instelling moet een vertrouwde partner zijn, die de behoeften kent die er zijn, zowel van bezoekers/afnemers als ook van degenen die juist niet komen. Niet aan alle behoeften hoeft voldaan te worden, maar een bewustzijn van die behoeften zorgt voor heldere keuzes waarom wel of niet op die behoeften wordt ingegaan.

Maar al te vaak is de culturele instelling het contact met het brede publiek verloren, en kent men alleen de behoeften van degenen die de weg naar die instelling al gevonden hebben. Met het risico dat deze groep steeds kleiner wordt omdat binnen die groep weer gekozen wordt voor de grootste gemene deler van de behoeften. Via mond-op-mond reclame kan de groep weliswaar weer uitgebreid worden, maar ook dat loopt weer via bestaande netwerken van gelijkgestemden. Als de groep met “tegen-stemmen” op een gegeven moment te groot wordt, is het moeilijk het tij te keren.

Voor culturele instellingen is het daarom belangrijk met de “tegen-stemmers” in contact te komen. Dat betekent dat niet bezoekers van dansvoorstellingen van een schouwburg gevraagd moet worden welke dansvoorstelling zij willen zien (hoewel dat ook zinvol kan zijn om bestaand publiek vast te houden), maar juist aan de niet-bezoekers van de schouwburg gevraagd moet worden wanneer zij wél zouden komen. En dat zou wel eens een ander antwoord op kunnen leveren dan “een cabaretvoorstelling of musical”. Misschien levert dat een behoefte aan een buurtfeest of een “gezellig avondje uit” op, of een behoefte aan goed vervoer. Eenmaal in gesprek kan dan gekeken worden hoe het contact blijvend gelegd (of hersteld) kan worden, en kan gewerkt worden aan een langduriger relatie. En wie weet, op termijn ook meer publiek voor die dansvoorstelling of andere “moeilijke kunst” die toch zeker het beleven waard is voor een breder publiek dan nu.


 
Reageren? mail ons!