KoxCult - Artikelen 
Contact
Logo KoxCult

Cultuur(educatie) als lange termijninvestering
28 juni 2011

De economische aspecten van kunst- en cultuur vormen de belangrijkste argumenten voor de discussies rond dit onderwerp. Een dergelijke argumentatie is niet nieuw voor deze sector. Naast de eigen (intrinsieke) waarde van kunst- en cultuur is het al vaker gebeurd dat er andere argumenten gebruikt worden als legitimatie voor de maatschappelijke positie en ondersteuning van de kunsten.

In de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw ging het vooral om de bijdrage die kunst en cultuur konden leveren aan de emancipatie van lagere sociale klassen en het samenbrengen van mensen van verschillende achtergronden. Het was de tijd van de “high culture” tegenover de “popular culture”, kunst tegenover volksvermaak, de elite tegenover het volk. We zouden kunnen stellen dat die sociale doelstelling uit die jaren bereikt is: het onderscheid tussen “hoge” en “lage” cultuur is vervaagd, en mensen genieten van beide vormen door elkaar heen, en zijn voor iedereen bereikbaar.

Eigenlijk vormt het succes van het behalen van de doelstellingen uit de jaren tachtig de basis voor de huidige (economische) discussie over kunst. Want waarom zouden we bepaalde vormen nog (financieel) ondersteunen vanuit de overheid als alles bereikbaar (en in principe betaalbaar) is voor iedereen, en zeker voor de financieel beter bedeelden? Waarom kunnen mensen en bedrijven die er gebruik van maken er niet eenvoudigweg zelf voor betalen? Waarom moet wij daar collectief voor opdraaien, het kost alleen maar geld?!

Met een dergelijke vraagstelling worden kunst en cultuur terug gebracht tot het niveau van consumptiegoed, tot verbruiksartikel: je betaalt er voor, je geniet er (even) van, en je gaat weer verder. Maar in economische termen zijn kunst en cultuur niet alleen maar consumptiegoederen, maar ook investeringsmiddelen. Ons huidige erfgoed was eens actueel en nieuw, en ons huidige actueel kunstbestand zal in de toekomst (deels) het nieuwe erfgoed vormen. Onze volkscultuur is opgebouwd en gevormd door de eeuwen heen, en bepaalt de wijze waarop wij tegen de wereld aan kijken en hoe onze arbeidsethos gevormd is. Deze waarden hebben zich in de loop der tijd gevormd en zich als het ware steeds vermeerderd.

Zoals de (volks)cultuur onze volksaard vormt, zo vormt de persoonlijke (cultuur)beleving de individuele aard van een ieder. Dat wat je beleefd en ervaren hebt vormt je, zowel in positieve als in negatieve zin. Kunst en cultuur zorgen bij uitstek voor positieve en negatieve ervaringen, en stimuleren het denken over de wereld om ons heen. En in het bijzonder stimuleren kunst en cultuurbeleving de individuele en collectieve creativiteit en originaliteit.

Algemeen wordt onderkend dat onze economie voor haar groei afhankelijk is van de creatieve industrie en de creatievelingen. Dat zijn niet alleen de kunstenaars, maar ook de ingenieurs die patenten ontwikkelen en de ondernemers die nieuwe producten bedenken en andere markten aanboren. Dat vergt creativiteit die gestimuleerd en ontwikkeld moet worden, waar geld mee verdiend kan worden. Niet alleen door het individu en het bedrijf, maar ook door de overheden, die hiervan profiteren via allerlei vormen van belasting.

Ons onderwijs zorgt voor de begeleiding en versnelling van de persoonlijke ontwikkeling. Het bereidt ons voor op onze toekomstige maatschappelijke positie en taak, op onze bijdrage aan de maatschappij als geheel. En cultuureducatie doet dat in het bijzonder voor de culturele en kunstzinnige ontwikkeling. Om de kans op toekomstige creatieve ondernemers en ingenieurs (en ook kunstenaars) te maximaliseren is cultuureducatie daarom een goede investering. Niet alleen een persoonlijke investering die iedere ouder voor zijn of haar kind (en zichzelf) zou moeten doen, maar ook een investering die iedere overheid zou moeten doen om de economie te stimuleren, en daarmee haar eigen kas te spekken.


 
Reageren? mail ons!